Pensioenpremie ABP verder omhoog

op .

ABP moet de pensioenpremie in 2018, net als in 2017, verhogen. In 2019 gaat de premie nog een keer omhoog.

Belangrijkste reden voor deze stapsgewijze verhoging is dat ABP rekening moet houden met lagere rendementen. Dit heeft vooral te maken met de nog altijd erg lage rente. De ingelegde premies zullen hierdoor naar verwachting minder goed kunnen renderen.

De stijging van de premie in 2018 valt wel lager uit dan eerder was voorzien doordat de rekenleeftijd voor nieuwe pensioenopbouw per 1 januari 2018 van 67 naar 68 jaar gaat. Deze door wetgeving afgedwongen versobering maakt de pensioenregeling wat goedkoper. De premievrijval die daardoor ontstaat wordt voor een groot deel besteed aan (per saldo) verbetering van de pensioenregeling. Met het restant wordt de premiestijging een beetje gematigd.

In 2018 bedraagt de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen 22,9%. Dit jaar was dit 21,1%. De premie voor de ANW-compensatie vervalt volgend jaar. Met 22,9% is de premie historisch gezien op een vrij hoog niveau gekomen. Toch is de ABP premie daarmee nog steeds wat lager dan die van het andere grote fonds PFZW. Daar blijft de premie volgend jaar op 23,5% staan.

De werknemer gaat bij ABP vanaf januari 6,87% betalen (in 2017: 6,45%). Deze premie wordt berekend over het pensioengevend inkomen na aftrek van de franchise (premievrije voet). De OP/NP-franchise gaat in 2018 omhoog van €13.150 naar €13.350. Bij een (full-time) maandinkomen van €3500 kost de pensioenopbouw in 2018 de werknemer netto ongeveer €8 per maand meer.

De werknemer betaalt bij ABP daarnaast nog een kleine premie voor het ArbeidsOngeschiktheidsPensioen (AOP). Het premiepercentage verschilt per sector (tussen de 0,09 en 0,18%). De franchise voor AOP komt in 2018 uit op €20.450 (was €20.100).

Bron: ABP/bonden