Nabetaling ORT in de VVT

op .

Regelmatig bereiken ons vragen met betrekking tot de nabetaling ORT over de verlofuren uit het verleden. Voor alle duidelijkheid treft u onderstaand de letterlijke tekst aan uit het onderhandelaarsakkoord, uiteraard alleen over dit onderwerp.

Inzake het verleden
a. De werknemer, die in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016 ORT geniet of heeft genoten, krijgt van de werkgever een individuele vaststellingsovereenkomst aangeboden waarin met de werknemer een afkoopsom wordt overeengekomen, ais schikking ter compensatie van mogelijk ten onrechte niet uitgekeerde ORT over de periode 1 januari 2012 tot 1 januari 2017. De werknemer die deze individuele vaststellingsovereenkomst ondertekent, ziet af van verdere loonvorderingen in dit verband. Partijen bevelen deze regeling aan bij hun leden. Werkgevers zal een 'model individuele vaststellingsovereenkomst' als hulpmiddel worden aangereikt.

b. De schikking ter compensatie van niet uitgekeerde ORT als bedoeld onder a) bestaat uit 2 delen: 1) een uitkering ter compensatie van mogelijk gemiste ORT over het wettelijk verlof en 2) twee eenmalige uitkeringen ter compensatie van mogelijk gemiste ORT over het bovenwettelijk verlof en wettelijke rente.

i. Het eerste deel van de schikking bestaat uit een bedrag gebaseerd op een berekening van mogelijk gemiste ORT over 144 verlofuren per jaar in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016. Werknemers die in deeltijd werken, periodes in deeltijd hebben gewerkt en/of die niet de gehele periode in dienst zijn geweest of periodes geen ORT hebben ontvangen, ontvangen de vergoeding naar rato. Bij de berekening wordt uitgegaan van de gemiddelde ORT over de gewerkte uren gemeten over het kalenderjaar 2015. Bij de berekening wordt rekening gehouden met periodes waarin
men niet in dienst is geweest, in deeltijd heeft gewerkt en periodes waarover men geen ORT heeft ontvangen. Als de werknemer gemotiveerd van opvatting is dat het kalenderjaar 2015 geen representatief beeld geeft komen werkgever en werknemer een andere periode overeen.

ii. Het tweede deel van de schikking bestaat uit a) een eenmalige uitkering ter grootte van 1,2% van 12 maal het voor de medewerker geldende maandsalaris in de maand december 2016 en b) een eenmalige uitkering ter grootte van 1,2% van 12 maal het voor de medewerker geldende maandsalaris in de maand februari 2017.

Het eerste deel van de schikking, het bedrag ter compensatie van de mogelijk gemiste ORT over het wettelijk verlof wordt door de werkgever in 3 gelijke delen in de maanden februari van de jaren 2017, 2018 en 2019 uitbetaald. Een werkgever mag er voor kiezen om deze bedragen eerder uit te betalen tenzij de werknemer anders wil.

Het tweede deel van de schikking de twee eenmalige uitkeringen, worden uitbetaald in december 2016 en februari 2017.

Bij beëindiging van het dienstverband wordt het door de werknemer nog niet ontvangen, resterende afkoopbedrag aan de werknemer ineens uitgekeerd.
De werknemer die geen gebruik maakt van het aanbod van de werkgever als bedoeld onder a) en die derhalve de individuele vaststellingsovereenkomst niet ondertekent, heeft geen recht op de schikking als bedoeld onder b). De werkgever heeft het recht om in dat geval de eenmalige uitkeringen die eventueel in december 2016 en in februari 2017 onverschuldigd betaald zijn, terug te vorderen en te verrekenen met het salaris.

Bron: Onderhandelaarsakkoord VVT