Dekkingsgraad ABP en PFZW nog steeds kantje boord

op .

In het derde kwartaal is de financiële positie van ABP en PFZW stabiel op een penibel niveau gebleven. De dekkingsgraad van ABP, de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen van het fonds, steeg heel licht van 90,5 naar 90,7 procent. Die van PFZW van 89 naar 89,2 procent.

Daarmee blijven beide pensioenfondsen nog steeds akelig dicht bij de kritieke grens waaronder gekort moet worden op de pensioenen.
Het beeld bleef het afgelopen kwartaal eigenlijk hetzelfde: opnieuw goede rendementen, maar ook verder oplopende verplichtingen door een nog altijd dalende rente. Vanaf begin dit jaar zijn de verplichtingen van ABP al weer met het duizelingwekkende bedrag van € 59 miljard toegenomen. Het toch hoge rendement van ABP over deze negen maanden, € 31,5 miljard, bleef hier fors bij achter. PFZW boekte percentueel een nog beter rendement over deze periode, maar had vanwege het jongere deelnemersbestand ook nog meer last van de dalende rente. Positief aan het derde kwartaal is dat de rendementen van beide fondsen de stijgende verplichtingen nu wel konden bijbenen.

Op grond van de strikte regels waaraan pensioenfondsen gebonden zijn, is de dekkingsgraad aan het eind van het jaar bepalend voor het al dan niet moeten korten van de pensioenen. Het zal daarom letterlijk tot en met de laatste dag van het jaar spannend kunnen blijven. En zou de dekkingsgraad heel dicht bij of duidelijk onder de kortingsgrens liggen, dan hebben ABP en PFZW nog wel enkele weken nodig om noodzaak of omvang van de korting te kunnen vaststellen. Gelukkig is wel vrijwel zeker dat een onverhoopt door de geldende regels afgedwongen verlaging van de pensioenen heel klein zal zijn. En een korting zal op zijn vroegst in de tweede helft van 2017 doorgevoerd worden.

Bron: Bonden