Plan van aanpak tegen uitbuiting van starters via werkervaringsplaats

op .

Minister Asscher komt in het voorjaar met een plan van aanpak om uitbuitingssituaties van afgestudeerde zorgprofessionals tegen te gaan.

Uit onderzoek onder psychologen en orthopedagogen die werkzaam zijn op basis van een werkervaringsplaats blijkt dat deze arbeidssituatie niet aan de wettelijke randvoorwaarden voldoet.

Het gaat immers om mensen die hun opleiding volledig hebben afgerond en dus gekwalificeerd zijn om hun beroep uit te oefenen. Als zij zich verder willen specialiseren dan bestaan daar vervolgopleidingen voor.

De uitbuiting van starters stond begin januari centraal in de uitzending van het programma De Monitor. NVO en NIP werkten mee aan het programma. Zij kregen al eerder hierover signalen van hun achterban.

Verschil tussen leer/werkplek en arbeidsrelatie
Er is sprake van een leer/werkplek als dit plaatsvindt in het kader van de opleiding. Er is sprake van een arbeidsrelatie als het werk gericht is op productie door personen die hun opleiding volledig hebben afgerond. Uit het onderzoek onder psychologen en orthopedagogen blijkt dat professionals die werken op basis een werkervaringsplaats geregeld volwaardig meedraaien en in veel gevallen zelfstandig behandelen. Ze krijgen daarvoor een zeer geringe of geen vergoeding.
 
Volwaardige arbeidsrelatie
FBZ, waaronder de VHP-Zorg, vindt een goede start van afgestudeerde professionals op de arbeidsmarkt van belang. En daarbij hoort een volwaardige arbeidsrelatie. Het werken op basis van een werkervaringsplaats volstaat niet. FBZ realiseert zich de overweging van professionals als zij moeten kiezen tussen thuis op de bank of zinvoller aan de slag te gaan vanuit het idee zijn of haar kansen te vergroten op een echte baan.

FBZ adviseert de aangesloten beroepsverenigingen over dit vraagstuk. Zij geven de professionals keuze-ondersteunende informatie en tips waar zij op te letten als zij toch kiezen voor het aangaan van een werkervaringsplaats.
 
Zo moet minimaal de aansprakelijkheid helder geregeld worden (zoals bijvoorbeeld in hoofdstuk 3 van de Cao GGZ). Verder is het raadzaam met de ‘werkgever/ werkverlenende instelling’ een bepaalde periode, dus een einddatum af te spreken, met de intentie na deze periode over te gaan op een arbeidsovereenkomst. Verder is het niet de bedoeling dat de ‘wep’er toelegt op zijn werk doordat onkosten niet vergoed worden. Advies is daarom af te spreken dat onkosten vergoed worden (vergelijkbaar zoals dat gebeurt met vergoeding van stagiairs).  

Bron: FBZ