Groot tekort aan wijkverpleegkundigen dreigt

op .

Nu al zijn er te weinig wijkverpleegkundigen en dat tekort zal de komende jaren alleen maar toenemen. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport 'Vraag en aanbod van wijkverpleegkundigen 2015-2019', uitgevoerd door Kiwa Carity en CAOP in opdracht van het ministerie van VWS.


Momenteel zijn er 8800 wijkverpleegkundigen werkzaam. In 2019 zijn er tussen de 10.000 en 13.500 hbo-V’ers nodig die als wijkverpleegkundigen in de thuiszorg werken. Gezien de grote vraag naar wijkverpleegkundigen betekent dat er op dit momenteel al een tekort is van 4 procent (350 wijkverpleegkundigen). In 2016 zal dit naar verwachting, ondanks de instroom vanuit onderwijs, oplopen tot een tekort van ongeveer 1.000 hbo-verpleegkundigen, zo stelt het onderzoek.


Scholing
Om de tekorten te beperken zijn al verschillende trajecten ingezet. Van de hbo-verpleegkundigen die opgeleid worden, maakt ongeveer 16 procent een keuze voor de thuiszorg. De opleidingen verwachten dat dit aantal de komende jaren zal stijgen naar 25 procent, mede als gevolg van de toegenomen aandacht voor Maatschappelijke Gezondheidszorg (MGZ) in de opleiding, wervingscampagnes en een beter imago van de thuiszorg.
Het zal echter niet makkelijk zijn om op deze manier  het aandeel wijkverpleegkundigen te verhogen, vanwege de forse concurrentiestrijd om hbo-verpleegkundigen met de UMC’s, ggz en gehandicaptenzorg. Toch is het denkbaar, zo stelt het onderzoek, dat getracht wordt om deze ambitie nog te overtreffen waardoor nog meer hbo-studenten zullen kiezen voor de thuiszorg.


Stages
Zorgaanbieders en opleiders zijn het in hoge mate eens over de belangrijkste belemmeringen voor het verhogen van het aantal thuiszorgkiezers. Knelpunten zijn vooral de kwantiteit en kwaliteit van de stageplaatsen en stagebegeleiding. Om deze obstakels weg te nemen moeten de opleiders investeren in meer en betere begeleiding, waarbij door inzet van meer innovatieve stageconcepten meer leer- en onderzoeksmogelijkheden worden gecreëerd.
Ook moeten zorgaanbieders met veel wijkverpleegkundigen worden gemotiveerd om een extra investering te leveren en waar nodig samenwerking tussen zorgaanbieders realiseren om volwaardige stageplekken te kunnen maken. Er zou moeten worden geïnvesteerd in scholing voor wijkverpleegkundigen zodat zij kunnen worden ingezet als docent op de hbo-verpleegkunde opleiding. Daarnaast moet er in de opleiding gerichte aandacht komen voor specifieke aspecten van het werk zoals alleen werken.


Opscholen
Zorgaanbieders investeren momenteel al fors in het opscholen van hun mbo-verpleegkundigen. Inschatting van de zorgaanbieders is dat momenteel 9 procent  van hun mbo-verpleegkundigen de opleiding tot hbo-verpleegkunde doet. Dit leidt tot een extra instroom van hbo-verpleegkundigen van 300 tot 400 per jaar. Volgens de zorgaanbieders heeft daarnaast 13 procent van de mbo-verpleegkundigen de potentie én bereidheid om zich op te scholen naar hbo-niveau. In het rekenmodel is rekening gehouden met deze intensivering van opscholing.
Opscholing van mbo-verpleegkundigen kan mogelijk verder worden gestimuleerd door het aanbieden van meer flexibele opleidingstrajecten voor mbo-verpleegkundigen.


Instroom vanuit andere branches
Het aantal hbo-verpleegkundigen dat vanuit de thuiszorg vertrekt naar andere zorg-en welzijnsbranches, is momenteel net zo hoog is als het aantal dat vanuit die andere branches naar de thuiszorg gaat. Mogelijk kan deze balans zich ontwikkelen in het voordeel van de thuiszorg, stellen de onderzoekers.
Daarnaast is van belang dat ook alle zzp-ers die als wijkverpleegkundige willen werken, benut worden. Er zijn signalen dat zorgverzekeraars weinig tot geen contracten afsluiten met zzp-ers of dit uitsluitend doen voor specialistische zorg zoals intensieve kindzorg en terminale zorg.
Volgens het normenkader van V&VN (2014) zijn hbo-competenties nodig voor het indiceren en organiseren van zorg volgens de nieuwe visie op ziekte en gezondheid, waarbij voor een overgangsperiode ook mbo-verpleegkundigen onder voorwaarden deze taken mogen verrichten.
Deze overgangsperiode is ingesteld omdat zorgaanbieders (nog) niet kunnen beschikken over voldoende wijkverpleegkundigen. Aangezien dat de komende jaren niet anders zal zijn, pleit dat voor een verlenging van de overgangsperiode, aldus de onderzoekers.


Op de werkvloer
De bestaande capaciteit van hbo/wijkverpleegkundigen moet zo goed mogelijk worden benutten. Volgens de onderzoekers moet er daarvoor ook wat veranderen op de huidige werkvloer.
Zo zouden mbo-ers en verzorgenden-ig kunnen meer taken kunnen overnemen of onder supervisie uit gaan voeren. Wijkverpleegkundigen zou de cliëntplanning veel meer zelf doen, zodat ze daadwerkelijk de ogen en oren van de wijk kunnen zijn. Uit het onderzoek komt naar voren dat er grote verschillen zijn in efficiency van werkwijzen in sociale wijkteams en de inzet die dit vergt van de wijkverpleegkundige.
Tot slot moeten de administratieve lasten worden teruggedrongen. Hierbij lijken overheid, Nza, zorgverzekeraars, maar ook zorgaanbieders en wijkverpleegkundigen zelf, zowel een gezamenlijk belang als gezamenlijke verantwoordelijkheid te hebben.
Ook de landelijke partijen verwachten dat de vraag naar wijkverpleegkundigen de komende jaren zal toenemen. Het ministerie van VWS heeft het onderzoeksrapport naar de Tweede Kamer gestuurd.


Bron: Skipr/Min. VWS