PFZW: schat aan arbeidsmarktcijfers

op .

In de nieuwsbrief van juli 2015 meldt PFZW ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor de sector zorg en welzijn.

Jarenlang groeide de werkgelegenheid in de zorgsector en waren er tegelijk zorgen over de tekorten. PFZW presenteert cijfers vanaf 2012.

Sector krimpt vanaf 2013
Op het hoogtepunt in 2012 kende de sector 711.295 fulltime banen die door 1.081.687 werknemers werden ingevuld. In 2013 leidden verschillende beleidsontwikkelingen tot een trendbreuk. Er was niet langer sprake van groei maar van een duidelijke krimp van de werkgelegenheid. In dat jaar kromp de sector met bijna 16.975 fulltime banen, een krimp van 2,38%. In 2014 zette deze tendens door.

Het aantal fulltime banen daalde ten opzichte van 2013 met 30.152, een daling van 4,34%. Hoewel de krimp in de hele sector zorg en welzijn is ingezet, zijn er aanzienlijke verschillen tussen de branches.

De Kinderopvang is naar verhouding de grootste verliezer met een personele krimp van 30%. In absolute aantallen is de krimp in de VVT het grootst. In 2013 en 2014 leverde de VVT bijna 20.000 fulltime banen in, een krimp van 7,6%. In diezelfde periode verliest de branche Ziekenhuizen 2%, levert de branche Gehandicaptenzorg 4% in, bedraagt de krimp in de GGZ ruim 5% en krimpt de branche Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening met maar liefst 11,5%.

Leeftijdsopbouw
Een andere opvallende trend is de ontwikkeling van de leeftijdsopbouw. Belangrijk voor arbeidsmarkt- , voor cao- en HR-beleid. Eind 2014 bedroeg de gemiddelde leeftijd 43,3 jaar. Deze leeftijd werd met een stijging van 1,7 jaar in vijf jaar tijd bereikt. Dit cijfer krijgt meer betekenis als we kijken naar de ontwikkeling van de leeftijdsopbouw.

Het aandeel van de hogere leeftijdscategorieën stijgt terwijl het aandeel van de jongste leeftijdscategorieën daalt. Eind 2014 was 35% van de werknemers in zorg en welzijn 50 jaar en ouder, één op de vijf werknemers is 55 jaar en ouder en ruim 7% van de werknemers is 60 jaar en ouder. Daar tegenovers staat een afname van het aandeel jongeren tot 25 jaar, in 2010 nog 12,6%, eind 2014 gedaald naar 9%.
Een hogere gemiddelde leeftijd hoeft op zichzelf geen betekenis te hebben. Een onevenwichtige leeftijdsopbouw kan wel gevolgen voor een organisatie in termen van bijvoorbeeld: verlof, het opstellen van roosters, kostprijs per gewerkt uur, mobiliteit en leeftijdsuitstroom.

Bron: PFZW