GGZ Nederland ongenuanceerd over Waarschuwingsregister Zorg en Welzijn

op .

In ‘GGZ ledennieuws 93’ van 21 oktober 2014 informeert GGZ Nederland haar leden over een brief die zij aan Werkgeversvereniging ZorgZijn Werkt stuurde waarin zij haar standpunt over het onlangs door het CBP goedkeurde nieuwe Waarschuwingsregister kenbaar maakt.

In ‘GGZ ledennieuws 93’ van 21 oktober 2014 informeert GGZ Nederland haar leden over een brief die zij aan Werkgeversvereniging ZorgZijn Werkt stuurde waarin zij haar standpunt over het onlangs door het CBP goedkeurde nieuwe Waarschuwingsregister kenbaar maakt.

Volgens Rick ter Stege, directeur van de werkgeversvereniging, geeft GGZ Nederland in deze brief op ongenuanceerde gronden aan geen voorstander te zijn van dit nieuwe waarschuwingsregister Zorg en Welzijn.

“GGZ Nederland baseert haar mening op assumpties zonder enige onderbouwing aldus Ter Stege, zonder dat er ook maar één gesprek met ons heeft plaatsgevonden of ons de gelegenheid is geboden een toelichting te verzorgen. Wel geeft GGZ in haar brief aan zelf betrokken te zijn bij een nieuw instrument, de Leidraad Veilige zorgrelatie. Een instrument dat wij overigens van harte onderschrijven temeer omdat preventie een belangrijke voorwaarde is en juist in deze Leidraad het Waarschuwingsregister als beschikbaar instrument wordt aangegeven.”

Het Waarschuwingsregister waar twee jaar voorbereidingstijd aan vooraf ging, begint echter waar de activiteiten beschreven in de Leidraad Veilige zorgrelatie ophouden.
Bij het Waarschuwingsregister is op geen enkele wijze sprake van ‘blaming en shaming’ zoals de heer Van Rooij, directeur GGZ Nederland in zijn brief onterecht aanvoert. Het College bescherming persoonsgegevens zou hier, volgens Ter Stege, nooit mee akkoord gaan. ZorgZijn Werkt geeft GGZ Nederland en de bij haar aangesloten leden, desgewenst, hierover graag de nodige voorlichting.

Het klopt dat een medewerker zonder veroordeling in het Waarschuwingsregister kan worden opgenomen maar daarvoor moet wel met uiterste zorgvuldigheid een heel strak protocol worden gevolgd. De regels zijn keihard, geeft Ter Stege aan, de medewerker moet zijn ontslagen en tegen de medewerker moet, op basis van aantoonbare strafbare feiten, aangifte zijn gedaan bij de politie. Medewerkers kunnen terecht bij een externe klachtencommissie wanneer zij het hiermee oneens zijn. Daarnaast is er ook nog het CBP, de toezichthouder van rechtswege, zij kan wanneer onjuist wordt gehandeld bestuurlijke boetes opleggen.
De praktijk leert ons dat aangiftes van interne criminaliteit slechts zelden leiden tot een rechtszaak of een veroordeling waardoor deze medewerker gemakkelijk weer bij een andere zorgorganisatie aan de gang kan.

Gegevens van ontslagen medewerkers zijn overigens nooit openbaar. Registratie vindt plaats door daarvoor gemandateerde medewerkers op basis van “need to know”. De opvrager van informatie die daartoe bevoegd is, wordt geregistreerd en de beschikbare informatie geeft slechts een aantal letters van de achternaam en de geboortedatum aan waaruit blijkt dat iemand in het register voorkomt. Het vergrijp waarvoor iemand in het register staat wordt niet vermeld. Wel welke gemandateerde medewerker hierover benaderd kan worden.

Het is volgens Ter Stege de maatschappelijke plicht van werkgevers om andere werkgevers te waarschuwen wanneer deze iemand op basis van strafbare feiten ontslagen heeft, aangifte heeft gedaan en justitie vanwege eigen moverende redenen hiervoor geen zaak start. De VOG voldoet derhalve niet en creëert eerder een schijnzekerheid voor werkgevers.

Het merendeel van de 1,3 miljoen werkenden in zorg en welzijn zetten zich dagelijks met hart, ziel en zaligheid in voor hun patiënten/cliënten. Helaas is er een kleine groep die zich niet aan de spelregels houdt en een hoop ellende veroorzaakt. Een groep die moet en kan worden ingedamd.

Zorgwerkgevers willen niets liever dan dat de aan hun zorg toevertrouwde kwetsbare mensen kunnen vertrouwen op goede kwalitatieve en veilige zorg. Hiervoor zijn preventieve maatregelen zonder meer op zijn plaats. Daarnaast is zelfregulering door bestuurders door te kiezen voor een sluitende maatregel als het Waarschuwingsregister een meer dan verstandige keuze.

Op 26 november is de officiële aftrap van het Waarschuwingsregister in Den Haag.