Minder banen verloren in de zorg?

op .

Kanttekening bij het bericht van het ministerie dat er minder banen verloren gaan in de zorg.


Gegoochel met cijfers??
Minister Schippers en Staatssecretaris Van Rijn hebben een nieuwe Arbeidsmarkteffectrapportage (AER) aan de Tweede Kamer gestuurd. Deze rapportage is de opvolger van een AER uit 2013 toen de plannen van het Kabinet nog redelijk vers waren. Deze AER is, net als de eerste AER, opgesteld door een onafhankelijk onderzoeksbureau, onder begeleiding van Actiz, BTN, VGN, GGZ Nederland, CPB, SZW en VWS. Opvallend is dat er ook deze keer géén werknemerspartij betrokken is bij de rapportage die toch grotendeels gaat om het verlies van banen in de zorg.

Van Rijn en Schippers geven aan blij te zijn met het reduceren van het verlies aan banen in de zorg. In de eerste rapportage ging het om een verlies van 27.000 fte en in de tweede rapportage (nog maar) om 12.000 fte (zo'n 30.000 banen). En hier zijn nog niet eens de banen meegerekend die behouden blijven (zo'n 14.000) als gevolg van de invoering van de huishoudelijke hulp toelage.

Grote kanttekeningen
Nu zijn de bonden zeer verheugd over het feit dat er aandacht is vanuit VWS voor het behoud van werkgelegenheid. Hier hebben ze zelf door middel van het Zorgakkoord en het lobbyen voor meer geld voor de huishoudelijke hulp ook op ingezet. Maar ze plaatsen grote  kanttekeningen bij dit bericht. Ten eerste vragen zij zich af waar het eerdere verlies van 27.000 fte op gebaseerd is. In de eerste AER wordt namelijk gesproken over 22.000 fte op macro-niveau. Het lijkt in hoge mate goochelen met de cijfers, zodat het Kabinet wel heel erg gul lijkt te zijn richting Sinterklaastijd. Want op deze manier kunnen ze zeggen dat het werkgelegenheidsverlies gehalveerd is! En uiteindelijk gaat het natuurlijk altijd nog om zeer grootscheepse bezuinigingen op de zorg en een verlies van 30.000 (!) banen.

Ten tweede leunt de rapportage wel heel erg op de aanname dat alle gemeenten mee gaan doen met de huishoudelijke hulp toelage en dat al het extra geld op precies de goede plek terecht komt. Kortom, het Kabinet rekent zich rijk en de decentrale partijen moeten ervoor gaan zorgen dat het daadwerkelijk gerealiseerd wordt.

Bron: Bonden