Onderhandelingsresultaat ABP-regeling vanaf 2015

op .

Vakbonden en werkgevers hebben voor het pensioenfonds ABP een onderhandelingsresultaat bereikt over de nieuwe pensioenregeling zoals die gaat gelden vanaf 1 januari 2015.

Een aanpassing van de pensioenregeling is noodzakelijk omdat het kabinet bezuinigingen doorvoert waardoor vanaf 2015 minder pensioenopbouw mogelijk is. Deze bezuiniging staat bekend als de beperking van het fiscale pensioenkader Witteveen 2015.

De bonden zijn geen voorstander van deze verdere inperking van de fiscale ruimte voor pensioenopbouw. In hun ogen zal dit er toe leiden dat werknemers in de toekomst onvoldoende kunnen sparen voor na hun pensionering. De maatregel is echter goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer en moet dus worden verwerkt in de ABP-regeling.  De inzet van de bonden was om de verslechtering van het ouderdomspensioen zoveel mogelijk te compenseren door verbeteringen in andere onderdelen van de regeling, en daarnaast arbeidsvoorwaardengeld dat niet meer aan pensioen mag worden uitgegeven terug te laten komen in het salaris. Uitkomst van de onderhandelingen: enerzijds wordt de verlaagde pensioenopbouw in de nieuwe regeling deels gecompenseerd door onder andere een beter nabestaandenpensioen (dat bij pensionering ook omgeruild kan worden voor ouderdomspensioen). Anderzijds is door een lagere premie en overdracht van werkgeverspremie naar een salarisverhoging, op 1 januari a.s. sprake van een behoorlijke koopkrachtverbetering.

Hoofdlijnen

  1. Pensioen en premie Je mag vanaf 2015 minder pensioen opbouwen: voor het ABP wordt dit per jaar 1,875% van je salaris boven de 12.552,- euro. Dit was 1,95% over het salaris boven 11.150,- euro. Om iedereen toch een zo hoog mogelijk pensioen te laten opbouwen binnen de nieuwe fiscale regels, krijgen inkomens tot 37.400,- euro een opbouw van 1,701% over het salaris boven de 10.024,- euro. Deze gestaffelde premie en franchise verdeling leiden tot de best mogelijke opbouw voor de verschillende inkomensgroepen.
    De pensioenpremie daalt door de opgelegde versobering in 2015 met 2,5%. Hiervan wordt 1,3% gebruikt voor verbeteringen van de ABP-regeling en 1,2% voor verbetering van de koopkracht via lagere werknemerspremie en salarisverhoging.
  2. Het voorwaardelijk pensioen (VPL) Dit is een toezegging voor medewerkers die voor 2006 meebetaalden aan de FPU. De FPU werd afgeschaft door het kabinet. Voor deze medewerkers is geregeld dat zij ter compensatie extra ouderdomspensioen krijgen. Ook was er een groep die de volledige FPU kon behouden.
    De versobering voor het gewone ouderdomspensioen gaat ook doorwerken in dit stukje voorwaardelijk pensioen. Dat wordt voor mensen die vanaf 2015 met pensioen gaan berekend op een leeftijd van 67. Vanaf 2015 zijn er tevens geen mensen meer met uitzicht op een volledige FPU, waardoor de premie daalt. Bij elkaar daalt de VPL-premie, die wordt betaald door de werkgever, met 2,3%. Daarvan wordt ongeveerd de helft besteed aan verbetering van het nabestaandenpensioen. Dit is belangrijk omdat je via een uitruil van het nabestaandenpensioen je ouderdomspensioen kunt verhogen. De andere helft gaat naar de cao tafel voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden.
  3. Topinkomens Pensioenopbouw via de collectieve ABP regeling is vanaf 2015 voor inkomen boven de 100.000,- niet langer mogelijk. Het kabinet maakt dit fiscaal onmogelijk. We zijn nog in onderhandeling om te kijken of we afspraken kunnen maken voor een netto-spaarregeling bij het ABP als alternatief.
  4.  AOW leeftijd Vanaf 2015 sluit het pensioen aan op de individuele AOW leeftijd van uiteindelijk 67. Je kunt zelf beslissen het ABP pensioen te vervroegen tot maximaal 60 jaar. Je kunt het ook uitstellen, tot 5 jaar na de voor jou geldende AOW leeftijd. Bij een leeftijd van 66 jaar dus tot 71. In dit akkoord is ook afgesproken dat alle leeftijdsgrenzen in de ABP-regeling worden opgeschoven naar de geldende AOW-leeftijd. 
  5. Gepensioneerden De aanpassing van de regeling heeft geen gevolgen voor de lopende uitkeringen. De verlaging van de premie komt door de opgelegde versoberingen voor toekomstige pensioenopbouw en het vervallen van de herstelpremie door de nieuwe pensioenwetgeving (nFTK).

Waardering
Een onderhandelaar: "Iedereen gaat door de kabinetsmaatregelen minder pensioen opbouwen en dat blijft moeilijk verteerbaar. Maar we hebben voor het overheids- en onderwijspersoneel gelukkig in de ABP-regeling een aantal dingen kunnen verbeteren, ter compensatie van het slechtere ouderdomspensioen. Wat ten opzichte van de huidige pensioenpremie overblijft gaat naar de cao tafel. Daarmee blijft het geld voor de werknemers behouden".

Bron: Bonden