Pensioenovergang werknemers UMC’s van de baan

op .

AC/FBZ (waaronder de VHP-Zorg), CNV Publieke Zaak, Abvakabo FNVen CMHF hebben een laatste ultieme poging gedaan om met de Nederlandse Federatie van UMC's (NFU) tot overeenstemming te komen over de pensioenovergang van de Universitair Medische Centra (UMC’s). Dit is helaas niet gelukt.

AC/FBZ (waaronder de VHP-Zorg), CNV Publieke Zaak, Abvakabo FNVen CMHF hebben een laatste ultieme poging gedaan om met de Nederlandse Federatie van UMC's (NFU) tot overeenstemming te komen over de pensioenovergang van de Universitair Medische Centra (UMC’s). Dit is helaas niet gelukt.

De werknemersorganisaties hebben de NFU daarom laten weten dat op basis van de voorstellen van de NFU de overgang van de UMC’s van pensioenfonds ABP naar Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) niet door kan gaan. Die voorstellen van de NFU leiden voor de werknemers van de UMC’s tot een structurele achteruitgang in het netto inkomen vanaf 2016: dit kan oplopen tot enkele honderden euro’s per jaar, afhankelijk van het inkomen.

Achtergrond
In 2007 is afgesproken dat de pensioenovergang niet mag leiden tot een achteruitgang in het netto inkomen van de werknemers van de UMC’s. Door de premiedaling bij het ABP in 2014 werd hetmoeilijk voor de NFU om de eerder door haar geaccepteerde inkomensgarantie te handhaven.

Op 8 november 2013 werd nog een akkoord over de verlenging van de CAO UMC bereikt. In de verlenging van de CAO UMC werd een salarisstijging van 1,4 procent per 1 januari 2015 afgesproken, plus een eenmalige uitkering van 0,3 procent, naast de al eerder overeengekomen eenmalige uitkering van 200 euro. Daarnaast werd een pensioenpremieverdeling van 51 procent voor de werkgever en 49 procent voor de werknemer afgesproken. Deze afspraken moeten samen leiden tot een min of meer gelijkblijvend netto inkomen na de pensioenovergang op 1 januari 2015.

Achteruitgang inkomen
Vrij snel na het maken van deze afspraken bleek dat de uitwerking daarvan zou leiden tot een inkomensverlies voor alle functiegroepen. Niet alleen in 2015, maar het inkomensverlies zou verder oplopen vanaf 2016, omdat in de overlegde berekeningen van de NFU consequent de eenmalige uitkeringen waren meegenomen, terwijl die niet structureel doorwerken in 2016 en volgende jaren.

Om die reden hebben de werknemersorganisaties de NFU verzocht nieuwe berekeningen te laten maken met een andere pensioenpremieverdeling, zodat hieruit een juist netto inkomensplaatje naar voren komt. Uit de door PGGM gemaakte berekeningen bleek dat het mogelijk was om met elkaar een afspraak te maken over een premieverdeling tussen werkgever en werknemer die voldoet aan het uitgangspunt van geen netto achteruitgang.

Vervolgens bleek uit verdere onderhandelingen met de NFU dat men geen ruimte had om aan ons netto-netto uitgangspunt te kunnen voldoen. Wel is enigszins geschoven, maar het uiteindelijke plaatje blijft toch negatief voor werknemers. Daarnaast wilde de NFU uiteindelijk toegroeien naar een andere premieverhouding. De werkgever draagt dan 51 procent bij en de werknemer 49 procent. Die andere verhouding zou in belangrijke mate door de werknemers gefinancierd moeten worden uit mogelijke toekomstige premieverlagingen van het PFZW.

Geen rekening bij de werknemers
Op grond van bovenstaande kunnen de werknemersorganisaties geen positief oordeel geven over de overgang naar pensioenfonds PFZW. Duidelijk is dat de rekening van deze overgang vooral bij de werknemers is neergelegd.

CAO UMC
Daarnaast blijft een aantal onzekerheden bestaan die kunnen leiden tot een langdurige discussie tussen de werknemersorganisaties en de NFU over de realisatie van een andere premieverdeling. Dit kan een negatief effect hebben op toekomstige CAO-onderhandelingen. Vanwege het mooie perspectief op de horizon vinden wij het ontzettend jammer dat we geen overeenstemming hebben kunnen bereiken op dit ‘langlopende dossier’. De belangrijkste eis, zorgdragen voor een netto-netto overgang, wordt echter niet gegarandeerd. Wij kunnen het ons als werknemersorganisaties niet veroorloven een greep te doen in de portemonnee van UMC-medewerkers.

Hoe verder?
De overgang van pensioenfonds ABP naar het pensioenfonds PFZW is nu definitief van de baan. Alle UMC-medewerkers blijven bij het huidige pensioenfonds ABP en er verandert verder niets.

Bron: bonden