Nog geen meters gemaakt in cao Ziekenhuizen

op .

De derde ronde van de cao ziekenhuizen stond vooral in het teken van de Onregelmatigheids Toeslag (ORT).

De standpunten liggen mijlenver uiteen. De bonden kiezen voor minder  flexibiliteit door gezonder te roosteren. De formatie dient structureel op orde te zijn. Flexibele inzet is nu te goedkoop, dus willen de bonden een verhoging van de grondslag van de ORT.
De werkgevers stellen juist voor de ORT op de schop te gooien. Zij willen een studieafspraak met als doel de flexibiliteit van medewerkers verder te vergroten. Dit willen zij bereiken door de zwaarte van de dienst te belonen: meer vergoeding voor een zwaardere dienst. Naar het oordeel van de bonden leidt zo’n ‘prijsprikkel’ niet tot een gezonder rooster, integendeel. Ook willen de werkgevers af van de samenloop van toeslagen en de bestaande cao-afspraken hierover vereenvoudigen

Punten op een rij:
Bonden willen dat de grondslag voor de ORT wordt verhoogd. Nu wordt de ORT berekend op IP nummer 19, dat is het bijna maximum salarisbedrag in FG 30. Wij willen dit optrekken naar bijna het maximu van FG 40. We hebben het dan over IP nummer 23. De reden is dat wij vinden dat de ORT al jaren op een te laag schaalbedrag wordt beloond. In onze speeddates bij de ziekenhuizen, waar wij uitgebreid met de leden hebben gesproken, blijkt dat ORT een belangrijke inkomenscomponent is. Medewerkers zien dit als pleister op de wonde voor het werken op onregelmatige tijden, die veelal ook als belastend en zwaar worden beschouwd. ORT dient te worden beloond, sterker nog hij moet ook omhoog.

Werkgevers zien hier niets in. Sterker nog, zij willen de ORT substantieel wijzigen. Zij willen af van alle samenloop tussen de cao-toelagen en geven er de voorkeur aan om, in plaats van ORT op zaterdag , de ORT in de nacht zwaarder te belonen. De werkgevers zeggen dat ze hier niet op willen verdienen. Het effect is wel dat met de voorstellen van de NVZ de ene medewerker meer ORT-gaat ontvangen en de ander minder.
Hoe het zit met de duurzame inzetbaarheid van mensen, de wijze waarop zorg en arbeid kan worden gecombineerd, hoe mensen met een tijdelijk contract onder druk kunnen worden gezet? Dit zijn thema’s die de werkgever nauwelijks raken. De bedrijfsvoering is leidend. De bonden willen geen bonus op ongezonde werktijden en houden vast aan de vergoedingen die er nu zijn. Het is belangrijker dat er voldoende werknemers staan ingeroosterd, in plaats van steeds meer gebruik te maken van bereikbaarheids- en consignatiediensten.

Dit betekent dat na het punt van de vaste banen en het recht op opleiding, waar werkgevers niet van willen horen en vast houden aan hun voorstellen, wij ook op het punt van de beloning van onregelmatig werken niet nader tot elkaar komen.
Over de overige punten is nog niet gesproken. De wijze waarop de doorschietende flexibele inzet van medewerkers aan banden moet worden gelegd is nog onduidelijk. Er is nog geen concrete toezegging voor het blokkeren van de al maar korter wordende diensten, en het volledig doorbetalen van het half uur pauze in de nacht. Ook  het werkgeversvoorstel voor het mogelijk maken van 12-uurs diensten ligt nog op tafel.
Het volgend overleg staat gepland voor 16 april,

Bron: Bonden